|
|
 |
|
Geschreven door Ines Vervaecke
|
|
Tuesday 20 October 2009 |
Hieronder wordt u een overzicht gegeven van allerlei kamerplanten van A tot Z, er worden indien mogelijk links bij geplaatst om een foto van de kamerplant te kunnen bekijken, de lijst zal steeds worden aangevuld, blijf dit onderdeel dus volgen.
Ieder jaar komen er opnieuw geheel nieuwe kamerplanten bij door allerlei kruisingen. Daarom worden misschien niet àlle kamerplanten besproken. Vele kamerplanten ten tijde van onze grootmoeders zijn weer terug te vinden in de huiskamers zoals de hortensia en de clivia.
A
Abutilon
De Abutilon is familie van de Malvaceae. Tot deze soort behoort ook het Malva (het kaasjeskruid) dat in het wild groeit. Ook de Althea (stokroos) en de Lavatera die in de tuin groeien behoren ook tot deze familie alsook de kamerplant de Hibiscus of Chinese roos.
- is een kamerplant met verschillende kleuren bloei naar gelang de soort, rode, oranje of purpere bloemen die mooi afsteken tegen het opvallende blad, als klimplant kan hij wel tot 3 m hoog worden - als hij bloeit staat hij liefst op een lichte plaats met ochtendzon - veel water geven, bij warm weer wel 2 x per dag - als hij tot een meterslange klim- of hangplant is gekomen op warme dagen zelfs 3 x water geven - mits een goede verzorging en standplaats bloeit de Abutilon van het voorjaar tot in de herfst
 - in het voorjaar mag de Abutilon worden ingesnoeid, (kan ook in de herfst) dan wel in een grotere pot zetten met nieuwe voedzame grond, bv. mengsel van bladaarde,oude koemest, ook scherp zand met wat klei (verhouding 3:2:1) - de plant wordt dan weer bossig - de afgesneden topscheuten, die geen bloemknoppen meer mogen hebben, kan u gebruiken om te stekken - de beste tijd om te stekken is april, maar het kan ook natuurlijk nog in de maanden juli en augustus - u kan ook in het voorjaar de Abutilon zaaien, maar u hebt dan pas bloemen na een half jaar wachten - van maart tot augustus elke week kamerplantenmest geven - in de zomermaanden mag de Abutilon in de tuin, of op het balkon mits een beschut plekje zonder de middagzon - sommige soorten bloeien ook in de winter door, deze moet u dan blijven gieten en bemesten - in september moet de Abutilon terug naar binnen - laat de plant overwinteren op een frisse, lichte, matig warme plaats van 12° tot 15° (zelfde regel geldt als hij in de kamer is uitgebloeid) de plant kan dan steeds minder water krijgen en heeft ook geen mest meer nodig - de plant zal wat bladeren verliezen - verplant de Abutilon vaker dan één keer per jaar
De soorten - de Abutilon striatum ‘Thompsonii’ heeft oranje bloemen en bladeren die geelgevlekt zijn, ze zijn heel decoratief - de Abutilon striatum ‘Souvenir de Bonn’ heeft bloemen die zalmkleurig zijn met rode aderen en witbonte bladeren - de Abutilon megapoticum (die ook wel de Belgische vlag wordt genoemd door zijn rood met gele bloemen) en de Abutilon sidamollis bloeien in de winter verder
Voor een foto van de Abutilon megapoticum klik op volgende link : http://www.floralimages.co.uk/images/ab ... um_53f.jpg
Ziekten en plagen - gele vlekken op de bladeren worden veroorzaakt door een virus, het is niet schadelijk voor de plant en het verhoogt de sierwaarde van deze kamerplant, worden deze gele vlekken groen dan is de standplaats van uw Abutilon tè donker - de Abutilon heeft nogal eens last van wolluis of spint en bladluis, de reden hiervan kan zijn dat de kamerlucht te droog is, dat de plant tè weinig voeding krijgt of tè veel middagzon. Op de volgende foto is wolluis te zien:

- bladval bij de Abutilon wijst op te weinig water of tè sterke temperatuur-wisseling bv. bij het begin van de winter wanneer men in huis de kachel aanmaakt
Acalypha of tropische kattenstaart
De Acalypha behoort tot de familie van de Euphorbiaceae, waartoe o.m ook de cactussen, de Christusdoorn en ook de kerstster behoren. Zij kenmerken zich vooral door het giftige melksap dat tevoorschijn kan komen bij beschadigingen.
- deze plant heeft opvallende bloeiwijzen die tussen de groene fraaie bladeren hangen, de ‘kattenstaarten’ kunnen wel een halve meter lang worden - de kattenstaarten zijn niet altijd rood, er is ook een witte soort - de kattenstaart bloeit de hele zomer lang van de maand mei tot in oktober - u moet wel de uitgebloeide bloemen telkens weghalen - tijdens de bloei véél water geven en elke dag met lauw water de bladeren bestuiven, liefst met regenwater dat geeft geen vlekken zoals kraantjeswater - de plant houdt van een vochtige omgeving, ze komt uit een tropische omgeving en als u het kan bootst u deze omgeving zoveel mogelijk na, het komt uw kamerplant alleen maar ten goede, u kan de plant in een grote wijde schaal zetten op een verhoging, zet de kattenstaart zeker niet in volle zon - in het voorjaar de plant verpotten in poreuze, zure grond in een ruimere pot met een grondmengsel van potgrond en turf, de kant en klare Anthurium-aarde is ook goed om te gebruiken - in het voorjaar mag u ook de plant terugsnoeien, schiet de plant tè veel uit mag u – de Acalypha hispida - éénmaal per jaar inknippen, dat geeft een bossigere groei, de Acalypha wilkesiana-hybriden kan u meermaals inknippen want de bloei heeft geen betekenis - geef de plant van september tot februari een rustperiode, wel nodig is veel licht en een hoge luchtvochtigheid, temperatuur minstens 16°, indien mogelijk de plant in een verwarmde kas zetten - het vermeerderen kan maar is niet gemakkelijk, neem enkele 10 cm lange topscheuten en doe ze in een potje met turf-zandmengsel, met plastiek of glas afdekken met een bodemwarmte van niet minder dan 25°, de stek kan zijn blaadjes laten vallen, geen paniek, wanneer de stek goed geworteld is loopt de plant wel weer uit - gaat de plant flink groeien moet de top eruit geknipt worden en dan zal de plant zich ontwikkelen in de breedte - is de omgeving tè droog dan zal de plant zijn bladeren dichtvouwen
De soorten - de Acalypha hispida heeft purperrode bloeiwijzen,de kattenstaarten die een halve meter lang kunnen worden
Voor een foto van de Acalypha hispida klik op volgende link: http://www.kwekerijgommer.com/fotos/kui ... ispida.JPG
- de Acalypha wilkesiana-hybride is een struik die wel 2 meter hoog kan worden, ’t is een fraaie bladplant met mooie vormen en bladkleuren die veel belangstelling heeft - de cultuurvariëteiten zoals de Musaïca heeft een bronskleurig blad met roze rand, de ‘Marginata’ heeft een olijfkleurig blad met roze rand en de ‘Godseffiana’ heeft groene witgerande bladeren
Ziekten en plagen -staat de plant tè droog dan zullen de bladeren dichtgaan, op dat moment kan dan spint en luis toeslaan
Achimenes
De Achimenes is familie van de Gesneriaceae, waartoe ook het Kaaps viooltje en ook de Gloxinia – Sinningia , behoort.
- verlangt een lichte standplaats maar kan niet tegen de volle zon - lauw water op de aarde geven en wekelijks een beetje , om de veertien dagen wat meer, vloeibare mest geven - in september bloeit de plant niet meer en gaat dan blad verliezen, dan is het tijd om de plant minder water en geen mest meer te geven - is het loof verdord, bewaar dan de geschubde wortelstokjes in droge aarde bij 8° tot 15° C, overwinteren kan ook in turfmolm of droog zand - in februari/maart mag u de rupsachtige wortelstokjes ongeveer 2 cm diep in vochtige verse potgrond steken, meng wat oude koemest door de potgrond of maak een mengsel van turf, oude koemest, scherp zand en naaldbosgrond, leg scherven onder in de pot, kalkvrij water geven en onder een plastiek zak op de verwarming zetten aan een temperatuur van 18-24° C bodemwarmte, na 3 weken kan de plastiek weg en kan u de plantjes laten wennen aan een 15°C - de hoge soorten kan u ook opbinden, u kan ze echter ook gebruiken als hangplanten
De soorten -de Achimenes longiflora ‘Paul Arnold’ komt het meeste voor, de plant heeft violette bloemen en bronskleurige bladeren
Voor een foto van de Achimenes longiflora klik op volgende link : http://www.onyxtree.com/IMAGE-NUR/AchimenesV.jpg
- de Achimenes ‘Charm’ heeft dan weer zalmroze bloemen - de Achimenes ‘Little Beauty’ is helderroze van kleur en kleinbloemig - de Achimenes ‘Ambroise Verschaffelt’ heeft een violette adering met witte bloemen
Anthurium of flamingoplant
De Anthurium is familie van de Araceae. De andere bekenden zijn de gatenplant of Monstera) en ook de Dieffenbachia die beiden tot de familie van de Aronskelk-achtigen behoren. De inheemse aronskelk groeit in loofbossen in het vroege voorjaar.
- verlangt veel licht, geen directe zonnestralen - de plant doet het uitstekend op de vensterbank langs het noordoosten of oosten, de lucht moet vochtig genoeg zijn - als de plant bloeit heeft hij veel behoefte aan onthard, lauwwarm water, liefst géén leidingwater geven, en om de veertien dagen wat kamerplantenvoedsel toevoegen aan het water - iedere dag een sproeibeurt is ook aangenaam voor de plant, maar de bloemen gaan vlekken vertonen als je hen raakt -de bladeren kunnen gemakkelijk stofvrij gemaakt worden met zeem en spons - in de winter wil de plant zes weken rust bij een temperatuur die niet mag dalen onder de 15°, dan heeft de plant praktisch geen water nodig - in februari begint u dan terug met water te geven en de plant te laten wennen aan een temperatuur van 20° à 25° C , dan zal hij veel bloemen geven - zodra de plant gaat uitlopen moet u hem verpotten in speciale anthuriumgrond of zelf een mengsel maken kan ook doe dit dan van turf, veenmos en naaldbosgrond - mos bevat teveel zout, gebruik daarom styromulkorrels - de bloem is een felgekleurde (roze, wit of rode) schutblad, de kolf is met uiterst kleine bloemetjes - hieruit kunnen na bestuiving besjes komen die u in een warm kasje kunt zaaien - de bloei kan een jaar duren , maar het normaalste is van maart tot augustus - door bewortelde zijscheuten af te snijden kan u de plant sneller vermeerderen dan door hem te zaaien, stamstekjes zullen alleen tot een nieuwe plant uitgroeien bij een temperatuur (in bv. een kamerkasje) van 25° tot 30°C
De soorten -de Anthurium Scherzerianum verlangt zes weken rust in de winter - de Anthurium andreanum kan goed gebruikt worden om te vermeerderen, ze bestaan in verschillende kleuren
Voor een foto van de Anthurium klik op volgende link : http://www.athenas-garden.com/yahoo_sit ... 141616.jpg
Aphelandra
De Aphelandra behoort tot de familie Acanthaceae De vaste plant uit de tuin is een geweldenaar, de kamerplanten die tot deze familie behoren vragen wel speciale aandacht. Ook de mooie bladplant Fittonia en de garnalenplant Jacobinia behoren ook tot deze groep.
- de plant met zijn stoere bladeren die diepe witte nerven vertonen, en zijn gele of rode bloemaren, geven een onaantastbare indruk - de plant slaat bij een slechte verzorging onmiddellijk alarm door zijn bladeren te laten vallen als hij te weinig water krijgt, als zijn standplaats tè koud is of als hij in de volle zon staat - bruine randen aan de bladeren betekent dan weer dat de lucht tè droog is, gebruik de plantenspuit om hem regelmatig te besproeien - de ideale temperatuur bedraagt tussen 18° en 25 ° C - de plant staat graag in het licht, maar niet in de volle zon - de plant is eigenlijk het best op zijn plaats in een warme kas - in de woonkamer vraagt de plant wel extra aandacht - wanneer de plant uitloopt moet u de aarde met lauwwarm water rijkelijk begieten, géén leidingwater, maar onthard water - regelmatig besproeien en één tot twee keer per week de bladeren afsponzen - wekelijkse voeding is ook oké, maar u kan ook éénmaal om de veertien dagen de juiste concentratie toedienen en dat zal ook volstaan - de plant heeft een grote hekel aan zouten - de plant bloeit van april-mei tot in augustus-september - na de bloei moet u de bloemaren wegknippen, dan komen er zijscheuten aan waaraan de nieuwe bloemaren zich ontwikkelen - na september moet u de plant droog houden bij een temperatuur van 10° tot 14° C, géén voeding meer geven en niet meer besproeien - in maart de plant in een ruimere pot met een humeus grondmengsel verpotten (humeus grondmengsel bestaat uit turf en potgrond) - de stengels mag u dan ook terugsnoeien tot op drie ogen, dan mag u de plant weer warmer zetten – 18 ° tot 25° C en van dan af moet u weer meer water geven - wilt u een breed uitgroeiende plant dan moet u de stengels toppen, het kan dan wel gebeuren dat de bloemen kleiner zullen blijven - deze plant kan u héél goed stekken, tussen november en april (de winterperiode) neemt u stekken van 10 à 15 cm en zet ze ofwel in bladaarde met scherp zand, of in een mengsel van vier delen turf (stekveen) en één deel zand, bent u niet in het bezit van een warm kasje, zet er dan een glas of plastiek zak over en plaats ze op de verwarming
De soorten - de soort die tamelijk laag blijft is de Aphelandra squarrosa ‘Fritz Prinsler’ en deze is de sterkste variëteit
Voor een foto klik op volgende link : http://www.land.zp.ua/img/UserFiles/post.jpg
- de Aphelandra blancetiana heeft rode schutbladeren, gele bloemen en stengels met roodachtige overgangen - de Aphelandra aurantiaca ‘Roezlii’ heeft een blad met zilvergrijze tekening en roodachtige bloemaren - de Aphelandra fascinator heeft olijfgroene bladeren die aan de onderkant een violette tint hebben met rode bloemen - de Aphelandra liboniana heeft een bontbladig blad - de Aphelandra nitens is bronskleurig, zijn schutbladeren zijn groen en de plant heeft een rode kroon
Ziekten en plagen -is de plant verzwakt dan kunnen allerlei beestjes toeslaan bv. spint, mijten, bladluizen, schildluizen, in de kas kan u dan weer last hebben van slakken De oplossing hiervoor – zonder de spuitbus- is zelf een mengsel maken water-spiritus met wat zachtgroene of gele zeep eraan toegevoegd. Dit middel kan u ook voor andere planten gebruiken wanneer u geen chemische middelen wil gebruiken of de plant deze niet verdraagt.
Adiantum of venushaar http://www.google.be/images?q=Adiantum+ ... 35&bih=582
Behoort tot de familie van de Adiantaceae.
De plant komt oorspronkelijk uit Brazilië.
De plant is een varen, varen die door de bloemist graag wordt gebruikt bij bloemstukjes of plantenbakjes die hij maakt. Het groen vormt een basis om de ondergrond te verstoppen. De meest gekweekte soort is de Adiantum raddianum, draagt soms nog de naam Adiantum cuneatum.
Het uiterlijk dat heel fragiel lijkt zegt niets over de houdbaarheid van deze kamerplant, al zou je dat op het eerste zicht wel zeggen. De plant blijkt als potplant veel sterker te zijn dan dat men eerst veronderstelde dat deze zou zijn.
De potkluit moet goed vochtig zijn dan is er geen vuiltje aan de lucht. Laat je de aarde een keertje uitdrogen dan zullen de blaadjes verschrompelen en dan is het met de plant gedaan. Ingedroogd blad herstelt zich niet meer.
Het fijne uiterlijk dat de kamerplant heeft duidt wel op een moeilijke cultuur. Deze moeilijke cultuur heeft ten eerste betrekking op het vochtgehalte van de grond, maar ook de kwaliteit van het water is heel belangrijk, zelfs nog belangrijker. Gebruik daarom water met minder zouten, dus regenwater van goede kwaliteit is aan te raden.
In de etalages van bv. slagerijen trof men vroeger deze plant, de grote exemplaren dan, nogal eens aan. Omdat het in de slagerijen koel was en er een grote luchtvochtigheid heerste deden de planten het hier uitermate goed.
Jonge en oude planten doen het goed in een warmere omgeving alleen als u ze voldoende vochtig houdt.
Aeonium of eeuwigblad http://www.google.be/images?um=1&hl=nl& ... =&gs_rfai=
Behoort tot de familie van de Crassulaceae.
Komt oorspronkelijk uit Marokko, maar komt ook op de Canarische eilanden en in Portugal verwilderd voor.
De Aeonium arboreum geldt als beste kamerplant van de vele soorten eeuwigblad. U kan als u op vakantie bent een stekje meenemen en soms lukt het dan ook om het hier tot een grote plant op te kweken, maar er zijn prachtige kweekprodukten hier te krijgen zoals de ‘Zwartkop’, dat is een ras met bijna zwarte rozetten of de prachtige roodbruine ‘Atropurpureum’.
Een verzamelaar moet een flinke kas voorzien wil hij van de verschillende soorten eeuwigblad een exemplaar een plaatsje geven.
Sommige soorten vormen een rozet op de aarde, andere hebben dan weer een stam, er zijn rozetten die grijsgroen, glanzend purper of rood zijn van kleur. De kleurige rassen verlangen een zonnige standplaats zo komt de bizarre kleur goed tot zijn recht. In de woonkamer is de venster aan de zuidkant meestal tè zonnig, zelfs de door de ruit gebroken zonnestralen kunnen nog de bladeren beschadigen.
Een raam aan de westkant is beter voor de kamerplant, toch mag u best de plant vanaf half mei, na de nachtvorst tot half september een zonnig plekje geven op uw balkon of terras. Sommige mensen leggen een hele verzameling van deze planten aan en planten ze dan vanaf half mei met pot en al in de tuingrond, in dit geval hoeven zij niet te gieten noch mest te geven. De kamerplant groeit gemakkelijk, soms tè gemakkelijk.
Zijn in het najaar en de winter de temperaturen in huis tè hoog dan blijft hij doorgroeien, dat gebeurt ook in de zomer als u elke veertien dagen mest geeft.
Doordat de plant snel groeit gaat dit wel ten koste van een gezond evenwicht in de vormgeving van de kamerplant. Wilt u géén doorgeschoten exemplaar hebben dan moet u de Aeonium koel en droog de winter door laten komen. De blaadjes zullen dan wel verschrompelen en afvallen en de naam die aan de plant werd gegeven ‘eeuwigblad’ telt dan eigenlijk niet meer.
In april zorgt u dan voor verse potgrond en dan zullen de kleine rozetkogels zich ontwikkelen tot forse rozetten. In het groeiseizoen is éénmaal in de twee maanden bemesten voldoende. De planten worden vaak in Spaanse kleigrond verkocht, deze aarde droogt heel gemakkelijk uit. U doet er goed aan om de plant in de zomer verse aarde te geven, u kan zelf een grondmengsel maken van één derde deel klei en tweederde deel bladaarde.
Het rozet sterft af als daaruit een bloemstengel verschijnt, het is niet nodig om de stengel er vroeg uit te knippen, de plant heeft zo’n sterke bloemvorming dat zeer spoedig weer nieuwe bloeiwijzen zullen verschijnen. Gelukkig worden bij deze plant elk voorjaar opnieuw rozetten gevormd, zodat de plant behouden blijft.
U kan een jonge rozet met een stukje stengel eraan in het bovengenoemde grondmengsel zetten, spoedig zal dit bewortelen, u moet wel de stek een etmaal laten drogen om rotting te voorkomen.
U kan ook van een bloeiende plant zaad winnen, de bloeistengel moet u dan volledig laten afsterven, hem uit de plant snijden en hem op een krant te drogen leggen. U zal zien dat het uiterst fijne zaad vanzelf uit de vruchtjes zal vallen, bewaar dit zaad in een trommel, goed afgesloten en u kan het dan in maart uitzaaien in gezeefde grond. Wilt u een snelle kieming zorg dan voor een warme bodem.
Ardisia http://www.google.be/images?um=1&hl=nl& ... =&gs_rfai=
Behoort tot de familie van de Myrsinaceae.
Komt oorspronkelijk uit Zuid-China, Japan, Korea en Taiwan.
De soort Ardisia crenata laat een beetje de vorm van het blad zien door zijn naam. Ardisia is een grieks woord en betekent ‘speerpunt’, het duidt bij deze plant op een spits toelopende bladpunt.
Er bestaan een royale 20 soorten èn ondersoorten. Eén daarvan heeft het tot nu toe maar tot kamerplant gebracht. De cultuur in de kwekerijen behoeft nogal wat warmte, er bestaat dus wel belangstelling voor maar gezien de hoge energieprijzen, zit de kans er niet in dat de bloemenwinkels overladen zullen worden met deze planten.
U moet de potkluit goed vochtig houden en dan kan u de plant in een droge woonkamer zetten. Hij verlangt een lichte maar niet te warme standplaats, hij verdraagt wel een beetje zon maar door veel zon en ook door tocht kan hij geplaagd worden door schildluis.
Als u af en toe besproeit bevordert u de groei en ook houd u zo het leerachtige blad vrij van stof. U mag niet besproeien tijdens de bloei want dan belemmert u de bevruchting. Bloeit de plant dan moet u regelmatig eens schudden met het stammetje, er valt dan stuifmeel op de stampers, ook kan u dit doen d.m.v. een kwastje, zo kan u voor kunstmatige bevruchting zorgen.
Tijdens de bloei en vruchtvorming moet u de plant meer water geven en ook af en toe wat mest bijgeven. Verzorgt u hem goed dan ziet u al in die periode een krans van jonge scheutjes staan, en die zullen het volgende jaar nieuwe bloemen en vruchten geven.
In de wintermaanden moet u de plant op een lichte en koele plaats wegzetten en u moet hem ook matig vochtig houden.
In het voorjaar mag u hem verpotten in een mengsel van één deel oude, maar wel goed verteerde koemest met drie delen naaldbossengrond, ofwel met bladgrond dan vermengd met rulle klei.
U mag de plant in de zomer ingraven in de tuin, zet hem dan op een lichte, niet te zonnige plaats, hij heeft dan ook graag wat kunstmest.
De plant heeft wel een eigenaardige eigenschap en dit is dat er knobbeltjes ontstaan, heel klein aan de rand van het blad. Het is een teken van gezondheid, dus niet van een ziekte. Er leeft dus een bacterie in die de stikstof uit de lucht neemt en dit dan als voedingsstof aan de plant afgeeft. U mag de knobbeltjes niet verwijderen want dat betekent een gevoelig verlies voor de plant en u zal dat zien aan de remming van de groei.
Stekken kan, gemakkelijk is het niet omdat de beworteling enkel plaats kan hebben bij een temperatuur van rond de 30°C en u hebt ook stekpoeder nodig. De planten zullen compacter groeien dan vermeerdering door zaad.
Zaaien is wel de succesvolste methode, u mag de besjes die aan de plant komen hiervoor gebruiken en in januari of in februari moet u ze zaaien in gewone potgrond, warmte is hier ook onontbeerlijk maar meestal volstaat een plaats boven de centrale verwarming, controleer wel de vochtigheid van de grond want boven de verwarming droogt de aarde snel uit.
Asparagus of sierasperge http://www.google.be/images?um=1&hl=nl& ... ierasperge
Behoort tot de familie van de Liliaceae.
Komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika.
Wanneer u een bos bloemen koopt komt u nogal eens een tak Asparagus tegen, dit komt meestal van de soort Asparagus setaceus.
De Asparagus densiflorus Sprengeri is een belangrijke kamerplant en deze heeft grote bladeren, het zijn eigenlijk bladveren omdat de echte bladeren bij de familie Asparagus gereduceerd zijn tot scherpe schubben, wat wij dus als bladeren zien zijn enkel de zijtakjes.
Er is een nieuwe kamerplant de Asparagus densiflorus Meyeri en de bladveren staan in dichte clusters bijeen. De stengels zijn vrij stevig zodat de plant gedurende een tijd omhoog groeit, oudere takken zullen uitbuigen maar ze zullen niet echt gaan hangen.
Soms, zo nu en dan is er een bloeiwijze met witte bloemen te zien bij al deze sierasperges. Ook nieuw in de collectie is de Asparagus myriocladus, de oudere takken van deze plant hebben een grijze gloed en deze steekt mooi af tegen het jonge frisgroene loof. De bladveren hiervan staan duidelijk in bolletjes bijeen, zo dat elk bolletje een paar centimeter van het volgende staat. Na een jaar of drie kan deze kamerplant wel anderhalve meter hoog zijn, u moet hem dan steunen en hij heeft een warrig uiterlijk.
Sierasperges kunnen een respectabele leeftijd bereiken.
Als de plant nog jong is mag u deze regelmatig verpotten, dat komt zelfs ten goede aan de groei, de toenemende omvang houdt gelijke tred met de inhoud van de pot.
De Asparagus wordt aanzien als gemakkelijke kamerplant.
Wanneer de Asparagus anderhalve meter hoog is mag u hem alleen verpotten als de wortels uit de pot komen. U moet zeer voorzichtig zijn bij het verpotten want als u beschadigde knolvormige verdikkingen krijgt, maakt u kans op schimmels en bacteriën. U moet een goed voedzaam mengsel gebruiken en verpakte potgrond is goed, echter gaat de voorkeur naar een mengsel van gelijke hoeveelheden, verteerde stalmest, rulle klei en bladaarde.
In de maanden april tot september moet u elke veertien dagen mest toedienen om de groei voor de plant mogelijk te houden.
In de winter mag de Sierasperge best in een koele ruimte worden gezet en daar kan u hem dan tot rust laten komen. De knolvormige verdikkingen bezitten genoeg reserves om een tijdje droog te staan.
In de zomer mag u de plant op een zonnige plaats ingraven in de tuin. De vochtvoorziening moet u dan wel in het oog houden want het loof zal direct afvallen als er een droogteperiode komt.
U moet de plant regelmatig douchen om insecten en stofvorming tegen te gaan. Hebt u dopluis op de plant dan kan u deze doden door ze met een kwastje gedrenkt in brandspiritus aan te stippen.
Hebt u bladluis dan kan u deze te lijf gaan met een insecticide op basis van pyrethrum ofwel het genoemde huismiddeltje van zeep en spiritus. Is er een ernstige aantasting door luizen dan moet u de aangetaste stengel resoluut wegsnoeien, de dopluizen zijn nauwelijks afdoende te bestrijden als ze in een grote massa voorkomen net als dat de gewone luizen in grote getale al voor blijvende misvorming gezorgd hebben.
U kan de Asparagus vermeerderen uit zaad en door scheuren. Scheuren is voor de hobby liefhebber het gemakkelijkst en u kan het in het voorjaar doen bij het verpotten.
Hebt u zaad van één of andere variëteit dan is het een hele uitdaging om hier planten uit te kweken, het is zeker niet gemakkelijk. Zaai het zaad onmiddellijk uit, het verliest snel zijn kiemkracht. De kieming verloopt het best op een warme bodem, ideaal is de temperatuur van 20 tot 23°C (grondtemperatuur), de zaaibak mag u daarom boven de verwarming zetten op een plaatsje in de zon, u moet de kist wel afdekken met een stuk krant of een glasplaat. Na drie maanden kunnen de plantjes in een kleine pot gezet worden, pot van ongeveer 8 cm doorsnede. Het volgende jaar zal u een grotere pot nodig hebben, de groeisnelheid van de verschillende soorten is niet gelijk. De Asparagus Meyeri zal traag groeien en de Asparagus myriocladus zal snel groot worden.
Asplenium of vogelnestvaren http://www.google.be/images?um=1&hl=nl& ... =&gs_rfai=
Behoort tot de familie van de Aspleniaceae.
De plant is afkomstig uit Tropisch Azië, uit Noord-Australië en uit het oosten van Afrika. De naam, zowel de Latijnse als de Nederlandse duidt op de rozet van glanzende, heldergroene brede bladeren, de rozet lijkt net op een vogelnest.
De Asplenium nidus komt oorspronkelijk uit de tropische regenwouden van Oost-Afrika en Azië en exemplaren van anderhalve meter zijn daar geen uitzondering.
De plant staat graag in het gezelschap van andere tropische planten. De lucht zal dan vaak juist goed zijn qua luchtvochtigheid, zon mag hij niet hebben maar een plaats op het noorden heeft hij wel graag, geef de plant een vaste standplaats daar houd hij wel van, heel belangrijk is wel dat hij bij het voorbij komen niet kan aangeraakt worden.
Potgrond bestaat best uit een luchtig mengsel van veel grove bladaarde. De vochtigheid kan u op peil houden door hem dagelijks te besproeien.
In de zomer houdt hij ook van een onderdompeling met lauwwarm water, en daarin opgelost wat kamerplantenmest.
In de winter kan een bruinverkleuring optreden door vocht en koude, u moet dan de aarde eerste laten opdrogen alvorens u weer mag gieten.
De plant houdt, het hele jaar door, van een temperatuur van 18°C. In de zomer mag de temperatuur wel hoger zijn maar dan moet ook de luchtvochtigheid stijgen.
U kan enkel de plant vermeerderen d.m.v. zaaien dit omdat de nestvaren sporen nodig heeft zodat hij zich kan voortplanten, hierdoor is de vermeerdering echt wel werk voor gespecialiseerde bloemenbedrijven.
B
Beaucarnea of Nolina http://www.google.be/images?um=1&hl=nl& ... =&gs_rfai=
Behoort tot de familie van de Agavaceae.
De plant komt oorspronkelijk uit Mexico en groeit daar in de droge gebieden van hun stamland. Een struik wordt daar wel vijf tot zes meter hoog en in ons land is dit nog niet voorgekomen. Omdat de plant in ons land traag groeit is het een ideale kamerplant, de plant draagt in de vakliteratuur ook wel de naam Nolina recurvata en behoort tot een grote groep succulenten die in de stengel vocht kunnen opslaan. Daardoor ontstaat een knol en deze vormt gelijk de grootste sierwaarde van deze kamerplant. U kan in de bloemenwinkel nog andere exemplaren terugvinden, er zijn er ook met een flesvormige stam.
De jonge bladeren groeien nog in twee richtingen, later zullen de bladeren in een spiraal uitwaaieren.
De winter is de moeilijkste verzorgingsperiode voor deze plant.
U kan in de zomer de plant vanaf half mei ingraven in de tuin en u hebt er geen omkijken naar, regenwater is voldoende, u moet alleen zien dat de plant niet overwoekerd wordt door onkruid of vaste planten uit uw tuin.
Wanneer de nachtvorst optreedt moet u hem binnenhalen en in een koele kamer laten overwinteren. U moet dan, tot de heruitplant, steeds zo water geven dat de kluit niet verdroogt.
Kamerplantenmest is niet nodig bij buitencultuur, u moet wel in de maand maart voor verse grond zorgen en aangewezen is dan de normale potgrond mogelijk vermengd met rulle kleigrond. U moet de oude aarde tussen de wortels uitschudden en doordat de plant redelijk droog staat zal dit niet moeilijk zijn.
Een andere mogelijkheid is de binnencultuur en dan verlangt de plant een lichte standplaats liefst aan de oostkant, zijn er warme dagen dan heeft de plant graag frisse lucht, dus zet dan liefst de raam open, maar u mag geen tocht veroorzaken.
In de huiskamer is een regelmatige watergift nodig en ook tussen de maanden maart en oktober moet u drie keer wat mest toedienen.
De plant moet u niet teveel verwennen want dan groeit hij te snel en dit komt de vorm van de plant niet ten goede.
Na oktober moet u ook weer een rustperiode toelaten voor de plant en op het einde van de rustperiode moet u weer verpotten.
De plant kan aangetast worden door een winterziekte, de voetrot doordat de stam soms door een (soms gering) teveel aan water gaat rotten en dan omvalt.
Nog meer ziekten zijn de dopluis en de bladluis. In het beginstadium kan je deze nog bestrijden door ze aan te stippen met een penseel gedoopt in brandspiritus.
Vermeerderen kan u doen door te zaaien maar u zal zelden zaad aangeboden krijgen.
Begonia De Begonia haageana is niet zo bekend als kamerplant. De Begonia is familie van Begoniaceae, die ongeveer een duizendtal soorten omvat.

-de Begonia staat graag op een lichte plek en houdt van een vochtige omgeving die wel 50-70 % mag bedragen -enkele soorten Begonia’s houden van de zon -koopt u tijdens de wintermaanden een Begonia in bloei, laat hem eerst wennen aan een matige temperatuur van ongeveer 15°C, dan mag hij naar een warmere omgeving, u houdt echter langer bloemen aan de plant als hij wat frisser staat -dit laatste is vooral voor de knolbegonia’s die niet van tocht houden -de Bladbegonia’s – deze met hun mooie fraaie bladeren – verlangen wel een hogere temperatuur ongeveer 20°C, deze laatste mogen wel wat donkerder staan dan zijn bloeiende soortgenoot -gebruik kalkvrij water -de wortelkluit van de Begonia moet altijd vochtig zijn maar niet tè nat - u kan het de Begonia aangenaam maken door de pot op een omgekeerd schoteltje in een schaal met water te zetten -wilt u uw Begonia’s verpotten gebruik dan een bredere pot omdat de Begonia in de breedte wortelt - leg steeds op de bodem van de pot potscherven, ook in een kunststofpot moet u voor drainage zorgen - in de bloei- en groeiperiode geeft u om de week een portie kamerplantenvoedsel kalkarm en geen tè sterke oplossing -uitgebloeide Begonia’s moet u niet weggooien, u kan ze overhouden, de winterbloeiers krijgen een rustperiode na de bloei dus dan minder water geven, en een constante temperatuur van ongeveer 15°C, na enkele weken verpot u de plant in normale potgrond ofwel in een mengsel van turfmolm, oude koemest en bladaarde, de plant indien u wenst terugsnoeien, dan stilaan de plant wat warmer zetten en wat meer water geven, spoedig zal u nieuwe scheuten zien -bladbegonia’s rusten graag in de winter, geef dan géén voeding en een klein beetje water, net genoeg opdat de wortelkluit niet uitdroogt, het overhouden van de bladbegonia’s is geen simpel werkje -knolbegonia’s houdt u gemakkelijker over, afgestorven stengels afsnijden en de knollen in droge turfmolm overwinteren, in het voorjaar oppotten en als u meerdere planten wil, in stukjes snijden, elk stukje moet u dan een spruit te zien geven, de snijwonden dan laten drogen en bestrijken met assen zodat ze niet gaan rotten
Soorten Er zijn ruim duizend soorten begonia’s bekend.
Enkele haal ik hier aan: -Begonia semperflorens-hybriden en de Begonia venosa verdragen volle zon -Begonia Metallica heeft symmetrische bladeren met een metaalachtige glans, kan een metershoge struik worden en heeft kleine bloemtrossen -Begonia Cleopatra is een gemakkelijke kamerplant, hij heeft bladeren die op de bladeren van de esdoorn lijken -Bladbegonia’s zijn afkomstig van de Begonia Rex (de koningsbegonia) -de Begonia rex-hybriden zijn kruisingen tussen de van Borneo afkomstige Begonia diadema en de Koningsbegonia
Ziekten en plagen -wilt u uw Begonia met de plantenspuit besproeien dan bent u fout bezig, zo werkt u het gevreesde meeldauw in de hand, door de behaarde bladeren blijven er druppels water op staan, meeldauw op het blad en valse meeldauw die onderaan begint, is uw Begonia aangetast dan heeft de bloemist wel middeltjes op dit te verhelpen - is de wortelkluit tè nat dan kan er wortelrot ontstaan -zet uw Begonia altijd op dezelfde plaats, een bloeiende Begonia die u verzet of draait kan bloem- of knopval krijgen -bloeiende Begonia’s verdragen geen bestrijdingsmiddelen, ze zijn er heel gevoelig aan -bladluizen kunt u het beste wegvangen -de verkleuring of vervorming van het blad wijst op aanwezigheid van trips, bladaaltjes of virussen -vergeet niet om telkens afstervend blad of dergelijke weg te doen, dit voorkomt veel ellende
Beloperone of garnalenplant
Deze plant is familie van de Acanthaceae. Suzanne-met-de-mooie-ogen en de Aphelandra zijn eveneens familie van de garnalenplant.
-de plant houdt van een luchtige – lichte standplaats -de plant kan ook in de volle zon staan en heeft het ook in de zomermaanden op balkon of in de tuin, op een beschut plekje reuze naar zijn zin -achter glas moet u de plant wel bescherming geven -in de zomermaanden houdt de plant van een temperatuur van 15 tot 25°C -een hoge luchtvochtigheid verlangt de plant niet -de plant wil wel rijkelijk water en tijdens de maanden mei tot augustus elke week kamerplantenmest - bij de soorten die in de winter doorbloeien water en voeding blijven geven, ziet u geen nieuwe knoppen meer dan het water geven minderen en geen voeding meer geven -de plant mag in de winter best ‘vergeten’ worden maar wel in een constante temperatuur van 12 tot 16°C laten staan -in de maanden februari/maart mag u de plant verpotten in kalkhoudende potgrond , bv. oude koemest, fijne klei met bladaarde
Soorten -Er zijn garnalenplanten die doorbloeien tijdens de winter Voor een foto klik op de link: http://upload.wikimedia.org/wikipedia/c ... geana2.jpg
Billbergia
De Billbergia is familie van de Bromeliaceae.
-een gemakkelijk bloeiende kamerplant -bij een goede verzorging komen er na de bloei een groot aantal nieuwe scheuten tevoorschijn waaruit dan ook weer nieuwe bloemen zullen komen -de plant verlangt licht, verdraagt zowel de zon als halfschaduw -op een beschutte plaats buiten zal de plant ook goed groeien -de plant kan niet tegen tocht -in de wintermaanden mag u de plant in de woonkamer laten staan, hij is niet vatbaar voor de droge lucht -kan de plant overwinteren in een plaats met een constante temperatuur (dus ook ’s nachts) van 15°C dan zal hij van de nazomer tot de winter bloeien -de plant verdraagt absoluut geen temperatuur onder de 12°C -de plant gieten met lauw water en gieten op de aarde en/of in de bladkokers, de plant verdraagt vrij hard water -in de zomer de plant veelvuldig water geven, tijdens de winter spaarzaam zijn met water -van de maand mei tot in september elke week voeding geven, ook na de bloei dit i.v.m groei van de plant -verpotten mag u de plant in mei en juni, doe dit in een ruime pot met goede potgrond -u kan de plant ook delen, u kan er stukken afsnijden met wortels aan en deze dan apart oppotten, na een jaar zal deze nieuwe plant gaan bloeien
Soorten -de Billbergia nutans is een zeer gemakkelijke bromelia Voor een foto klik op de link : http://www.north-florida-garden-guide.c ... ia-flr.jpg
Bougainvillea
De Bougainvillea is familie van de Nyctaginaceae.
-de schutbladeren en niet de bloemen geven de plant zijn kleur, gaande van rood, roze, violet, lila of oranje, de bloempjes zelf zijn wel wit -de plant heeft een warme en lichte standplaats nodig -af en toe wat frisse lucht, en af en toe een ‘doucheke’ over de bladeren daar houdt de plant ook van -tijdens de zomermaanden kan de plant op een beschutte plek naar buiten -als de plant bloeit moet u rijkelijk water geven en wekelijks voeding -in de winter brengt u de plant over naar een lichte maar koele staanplaats (ongeveer 6 tot 8°C), zo niet zal de plant later niet meer bloeien, de potkluit vochtig houden en de plant blijven besproeien anders verliest hij tè veel bladeren -in februari mag de plant weer wat warmer staan (16-18°C) -jonge planten mag u in het voorjaar verpotten, oudere om de 2 of 3 jaar -de plant houdt van Azalea-aarde, ook potgrond met klei, oude koemest en turf is ook goed
Soorten -De Bougainvillea glabra , van deze plant zijn de bloemen rozerood -de Bougainvillea spectabilis, van deze plant zijn de bloemen wit en geel-oranje Voor een foto, klik op de link http://goree.rice.edu/files/images/Boug ... review.JPG
Bouvardia
De Bouvardia is familie van de Rubiaceae. De koffieplant en koraalmos behoren tot dezelfde groep.
-de bloemen met een aangename geur, zijn roze, wit of rood, combinaties komen ook voor -ze worden ook als snijbloem geteeld -de plant staat graag op een zonnige lichte plaats maar heeft liefst bescherming tegen te felle zon -de plant houdt ook van frisse lucht, zet daarom regelmatig de raam open -kan in de zomer op een beschutte zonnige plek in de tuin worden ingegraven -blijft de plant binnen moet u zorgen voor een vochtige omgeving, royaal met zacht water gieten en om de veertien dagen kamerplantenvoeding geven -de plant bloeit normaal van augustus tot het begin van de winter -na de bloei moet u de plant een rustperiode geven aan een temperatuur van 5 tot 12°C -in februari/maart moet u de plant verpotten, gebruik goede potgrond met tuinturf en ook een beetje oude koemest -de plant tevens insnoeien en stilaan aan hogere temperaturen laten wennen beginnende met een 15°C -als u gaat verpotten kan u stekken nemen van 3 tot 5 cm – 1 cm boven de bladaarde laten uitkomen , die u bodemwarmte geeft en de toppen uit de plant steeds uitknijpen – zo bevordert u de groei van wortels
Soorten Bouvardia President Cleveland, deze plant heeft een iets lichtere bloembuis en bloemen met een rode kroon
Voor een foto, klik op de link : http://www.growmaster.com.au/images/bouvardia.jpg
Browallia
De plant is familie van de Solanaceae waartoe ook de sierpeper, de Brunfelsia en het appeltje-der-liefde behoren. Ook de tomaat, kruiden met giftige bessen zoals de wolfskers, en de aardappel behoren hier ook toe.
-het is een gemakkelijke kamerplant, die ofwel in de zomer ofwel in de winter rijkelijk bloeit -de plant kan in een koele kamer staan maar ook in een verwarmde kamer -de plant houdt van een lichte standplaats, maar niet van de directe zon en de plant is goed bestand tegen temperatuurschommelingen -de plant stelt geen speciale eisen qua luchtvochtigheid, hij doet het vrij goed in centraal verwarmde droge woonkamers -houdt de potkluit goed vochtig, regelmatig water geven en om de twee weken voedsel bijgeven dan krijgt u een weelde aan bloemen -uitgebloeide bloemen wel verwijderen -de kweker zaait ze in augustus en na een viertal maanden heeft hij een bloemenstruikje - zaait de kweker in februari dan heeft u bloei in de zomer, bloei die dan wat langer is dan in de winter -hebt u een kamerkasje dan kan u deze plant ook zelf zaaien, de zaadjes dienen wel te kiemen bij een 20 tot 25°C en u zult enkele keren moeten toppen -de aarde voor de Browallia is normale potgrond of ook tuingrond -de plant doet het heel goed in de halfschaduw, in de tuin of op het balkon
Soorten -de Browallia speciosa is een struikje en heeft kleverige bladeren -de andere soorten zijn eenjarig Voor een foto klik op de link : http://image.gardening.eu/appartamento/ ... wallia.jpg
Brunfelsia
De Brunfelsia is familie van de Solanaceae. Het zijn nachtschadigen die het tot kamerplant gebracht hebben. Tot deze familie behoren ook de petunia, de tabak en de giftige doornappel.
-de plant is geen gemakkelijke kamerplant -de plant bloeit al in maart en tot september bij een goede verzorging -de plant houdt van een lichte standplaats maar heeft graag bescherming tegen de zomerzon -in de zomer dikwijls het raam openzetten, de plant verdraagt wel frisse lucht, maar géén tocht -de plant houdt niet van snelle temperatuurswisselingen, maar hij verlangt enigszins een vochtige omgeving en is daarom heel geschikt voor een kas -toch kan hij in de zomerse maanden op een beschaduwd en beschut plekje buiten staan en mooi bloeien -in de groei- en bloeiperiode verlangt de plant veel water en voeding om de veertien dagen -na de bloei verlangt de plant rust van oktober/november tot in januari dit op een koele plaats (ongeveer 12°C), minder water en geen voeding -na januari mag u de plant insnoeien en warmer zetten -is er na enkele weken groei te zien dan moet u de plant verpotten, schudt oude aarde af van de wortelkluit, en zet de plant in een nieuw mengsel van turfmolm, wat scherp zand, oude koemest en fijne klei en geef hem in het begin maar weinig water -in de lente kan u de plant vermeerderen d.m.v. stekken, maar die wortelen niet gemakkelijk, probeert u het eens met zijscheuten van 7 à 10 cm die u 2 cm diep in een mengsel zet van zand en molm, daarbij gebruikmakend van een groeimiddel, dek af met glas of plastiek en zorg voor een bodemwarmte van 30°C.
Soorten -de Brunfelsia calycina bloeit in de zomer
-de Brunfelsia floribunda bloeit in de winter
Ziekten en plagen Verkleurt het blad van de Brunfelsia in de winter, dan moet u stikstofhoudendemest geven.
CCaladium http://www.google.be/images?um=1&hl=nl& ... =&gs_rfai=
Behoort tot de familie van de Araceae.
De plant komt oorspronkelijk uit het Amazone-gebied.
De Caladium heeft prachtige grote bladeren. Deze zijn het resultaat van jarenlang kruisingswerk, en vooral in de Verenigde Staten zijn beroepskwekers en zelfs particulieren elk jaar weer bezig om een nieuwe, nog mooiere plant op de tentoonstellingen te kunnen laten zien. Meestal wordt dan gesproken over Caladium-hybriden.
De plant houdt van veel licht en veel water terwijl hij in de zomermaanden graag regelmatig bemesting heeft, dan doet de plant het goed.
De plant houdt niet van tocht en niet van een felle zon.
Houd u ervan om met planten bezig te zijn dan kan u in februari een knol kopen en tot het einde van maart kan u die oppotten in een ruime pot die u goed opvult met gewone potgrond. De knol onderscheidt zich graag van andere knollen niet alleen door de vorm van zijn fraaie bladeren maar ook doordat hij aan de boven- en onderkant wortels vormt. U moet daarom de knol een 2 cm boven de aarde leggen, geef ook de pas opgepotte knol veel water en ook direct zoveel mogelijk warmte, u mag de pot op de radiotor zetten en na ongeveer twee weken zal u zien dat de ogen al uitlopen en dan mag u de plant in het volle licht zetten maar niet in de zon. Eind september zal de plant lelijk worden, het mooie sprookje is dan gedaan, u moet van dan af minder water geven en er uiteindelijk helemaal mee stoppen en u laat de bladeren dan verdorren, u kan ze als ze verdord zijn gemakkelijk weghalen, u mag ze niet aftrekken als de bladeren dit nog niet toelaten u brengt daarmee verwondingen aan de knol.
U moet de pot met knol bewaren op kamertemperatuur en in het begin van maart begint hetzelfde verhaal weer opnieuw natuurlijk in nieuwe potgrond.
Calathea http://www.google.be/images?um=1&hl=nl& ... =&gs_rfai=
Behoort tot de familie van de Marantaceae.
De plant komt oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika en het hele geslacht telt ongeveer 130 soorten en vier ervan doen het momenteel als kamerplant.
Deze vier hebben met elkaar gemeen dat ze eisen aan de verzorging stellen en dat de bladeren ’s avonds gaan slapen, ze vouwen zich.
Een bekende is de Calathea makoyana, deze heeft bladeren ovaal van vorm op een lange steel, langs de hoofdnerf van deze bladeren liggen afwisselend kleine en groene vlekken en de achterkant van elk blad is paarsachtig van kleur.
De Calathea lancifolia lijkt erg op de hierboven beschreven want ook hier zijn de groene vlekken afwisselend klein en groot. De bladeren echter zijn dan weer opvallend smaller, ze hebben meer een lancetmodel.
U kan duidelijk zien dat beide soorten verwant zijn aan het tiengebodenplantje. De verzorging is trouwens dezelfde.
De Calathea ornata heeft een opvallende bladtekening, de bladschijf is glimmend donkergroen en heeft telkens roze of witte streepjes en die streepjes staan telkens met zijn twee.
De Calathea crocata is een nieuwere in het assortiment en deze wordt gekweekt omwille van de oranjegele schutbladeren van de bloeiwijzen, het blad, dat donker is, is iets gegolfd. Calathea’s houden van een warme maar vrij donkere huiskamer.
Hebben de planten teveel licht dan krijgen ze last van spint en ook gaan de bladeren in een huiskamer met teveel licht rechtop staan.
U moet vooral tijdens de groeiperiode – periode van februari tot in de herfst- rijkelijk gieten en sproeien is ook nuttig, zeker goed als methode om spint tegen de gaan.
De Calathea makoyana en C. lancifolia zullen bij een warme kamertemperatuur de bladranden naar buiten ombuigen en de bladeren zullen dan bol gaan staan. Hebt u echter een te lage kamertemperatuur dan zullen er groeistoornissen optreden, de beste temperatuur is 15 à 20°C. U kan vermeerderen door de grote exemplaren te scheuren, u plaatst dan de stekken beter in een bredere dan in een hoge pot zo kunnen de wortelstokken zich goed ontwikkelen, doe ze in een luchtige potgrond bv. de kant en klaar te koop aangeboden anthurim-aarde. U mag de aarde niet te stevig aandrukken.
Het delen van planten is niet tijdsgebonden, niet aan te raden is om dit werkje te doen in de wintermaanden omdat de groei dan vrijwil stil staat en de stekken zich niet zullen kunnen herstellen.
Calceolaria of het pantoffelplantje http://images.google.be/imgres?imgurl=h ... miOIPSiJcE
Behoort tot de familie van Scrophulariaceae of helmkruidachtigen Dit plantje is een eenjarige, is ook zeer moeilijk om door te stekken deze te vermeerderen. Een vakman slaagt er wel in om dit plantje te stekken. -het plantje bloeit redelijk snel van zodra het op de vensterbank staat -het houdt van een plaatsje aan de noordkant want het verdraagt geen zon -in de handel zijn voornamelijk hybriden of kweekvormen te koop, en deze staan graag op een lichte plaats -ook hebben ze een hekel aan tocht, staan ze toch in de tocht dan zal u snel last krijgen van bladluizen op het plantje, ditzelfde gebeurt ook bij een tè warme plaats, ter bestrijding kan u een huismiddeltje gebruiken oftewel een plantaardig bestrijdingsmiddel -de plant houdt ook niet van een warme kamer, zeker geen temperatuur boven de 12° en dat is nu net heel moeilijk omdat het plantje in de handel meestal te verkrijgen is van de maand januari tot de maand mei (het zijn vervroegde planten die vroeger bloeien dan normaal) -de potkluit moet u matig vochtig houden, ook de bladeren maakt u d.m.v. de plantenspuit nat, niet op de bloemen -u kan ook tussen twee potwanden veenmos plaatsen zodat het plantje goed vochtig wordt gehouden -uitgebloeide bloemen moet u verwijderen
Soorten De planten met eenkleurige bloemen behoren dan ook tot de Multiflora-variëteiten. De bloemen hebben een doorsnede van circa 4 cm. De Grandiflora variëteit hebben bloemen met een doorsnede van circa een 6 cm.
Verzorging De potgrond in het potje bevat extra ijzer. Tijdens de groei van het plantje moet u geen mest toevoegen. Wanneer het plantje bloeit moet u één keer in de 14 dagen de helft van de dosis, aangegeven op de verpakking, geven, hierdoor wordt de bloei verlengd.
Ziekten Ook al gooit u meestal het plantje weg nadat het is uitgebloeid toch zou het zonde zijn moest het door een verkeerde verzorging ziektes krijgen. De ernstige aandoeningen bij het pantoffelplantje zijn de kringvlekkenziekte en voetrot. -de kringvlekkenziekte vertoont zich doordat het blad verkleurd en om krult -de voetrot vertoont zich doordat de stengelvoet even boven de aarde wegrot Om verdere besmettingen te voorkomen moet u de planten direct weggooien. Het plantje kan dus ook bladluis, grauwe schimmel, witte vlieg en bladaaltjes hebben.
Callistemon of lampepoetser http://images.google.be/imgres?imgurl=h ... KfOKaw4ZYE
Behoort tot de familie van de Myrtaceae.
Tegenwoordig wordt deze plant niet zoveel meer aangekocht. Vroeger was de plant in de oranjerieën een statige verschijning, in de oranjerieën werd hij als kuipplant gekweekt.
-de plant voelt zich ook het best als kuipplant en dit bv. op een balkon -de plant heeft zon en licht nodig, maar ook frisse lucht, alleen de tè felle zomerzon moet u vermijden voor de lampepoetser -de plant kan ongeveer één meter hoog worden -wilt u een bossige plant krijgen dan moet u regelmatig toppen -de bloeiaren zijn heel bijzonder aan deze plant, ze kunnen rood of gele meeldraden hebben en ze lijken op borstels waarmee men de smalle glazen van de vroegere petroleumlampen reinigde, vandaar de naam lampepoetser -na de bloei moet u snoeien want volgend jaar bloeit de plant op de takken die het jaar voorafgaand gevormd werden -staat de plant buiten dan moet u hem in de maand september naar binnen halen en op een lichte plaats laten overwinteren bij ongeveer een viertal tot achttal graden Celsius -ook voor de lampepoetser als kamerplant gelden dezelfde regels, ook goed ventileren, in de winter houdt de plant zijn groene bladeren vast en moet u hem maar weinig water geven -in het voorjaar geeft u stilaan meer water, water dat geen kalk mag bevatten, komen er reeds knoppen dan moet u de takken goed besproeien zodat de bloemen in wording niet uitdrogen -in de groei- en bloeiperiode van de plant moet u rijkelijk gieten met onthard water, om de veertien dagen een portie kalkvrije voeding erbij -de jonge planten verpot u om de twee à drie jaar, de oudere om de vijf of zes jaar -de lampepoetser houdt van een voedingsbodem van scherp zand en naaldbosgrond ofwel van turfmolmpotgrond
Soorten Callistemon citrinus bloeit als jonge plant en bij kneuzing ruiken de blaadjes naar citroen Callistemon salignus heeft gele meeldraden
Camellia japonica ofwel de Camelia http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... gen+zoeken
Behoort tot de familie van de Theaceae, de theeplant
-veelal verliest de Camelia in de huiskamer al vrij vlug zijn bloemen of knoppen, dit heeft meestal tot oorzaak de overgang van de koele winkel naar een droge, warme huiskamer -de plant houdt van een temperatuur van circa 12° totdat de knoppen zullen opengaan en dan maximaal een 16°, dan kan u lang van de mooie bloemen genieten -de plant houdt er niet van om gedraaid te worden, ook dan zullen de bloemen en bloemknoppen onherroepelijk afvallen -de plant bloeit normaal van januari tot de maand maart maar er bestaan variëteiten die hiervan afwijken -de plant houdt van een lichte standplaats als voorbeeld hiervoor een kamer op het noorden -als de plant uitgebloeid is zet u hem terug weg op een plaats waar het 6 tot 10°C is en einde mei kan u de plant indien u wenst uitplanten in de tuin -u kan de plant ook als decoratieve kuipplant houden op het balkon maar beschut de plant tegen de wind en ook tegen de felle zon -de Camelia heeft uitzonderlijk mooie bloemen, ze hebben een geheel eigen schoonheid door hun vele meeldraden -de kleuren kunnen zijn rood, wit, roze of een combinatie ervan, men heeft enkele, gevulde ofwel dubbele en halfgevulde bloemen -u moet zeker de Camelia laten overwinteren bij een temperatuur van 8 tot 10°C -de Camelia houdt niet van hard water, de potkluit in de winter ook vochtig houden door er lauw water op te gieten of op de schotel het water te geven -Na de bloei moet u de plant droger houden zodat hij tot het vormen van de nieuwe knoppen overgaat -tijdens de groei geeft u om de twee weken een zure mengmeststof, verschijnen er knoppen dan geeft u geen mest meer -Camelia’s houden niet van verpotten, u kan eventueel de bovenste aarde af en toe vervangen door humusmengsel, dit kan naaldbosgrond zijn -u kan kopstekken nemen in januari of in augustus, kopstekken met drie blaadjes, u doet deze in een groeistof en onder een plastic of glas steken in een turf/zandmengsel. Een bodemwarmte van 18 tot 24°C is wel vereist, na een periode van vier weken kan u de nieuwe plantjes oppotten
Ziekten Als de plant te warm staat kan hij schild- en wolluis oplopen alsook witte vlieg en trips kunnen schade aanrichten, het blad van de Camelia kan aangetast worden door de bladvlekkenziekte of door de roetdauwschimmel.
Campanula of de Ster van Bethlehem http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
Behoort tot de familie van de Campanulaceae
Het is al jarenlang een heel populaire kamerplant, is niet veeleisend en kan overdadig bloeien. -de bekendste soort is de C.isophylla, deze heeft behaarde stengels, -de plant bloeit van de maand juli tot september -de plant kan zowel aan de noord- als aan de zuidkant staan achter het venster, staat de plant echter aan de zuidkant moet u hem wel voor de felste middagzon beschermen -de uitgebloeide bloempjes moet u verwijderen, doe dit voorzichtig want de stengels van de Campanula breken gemakkelijk, er komt dan een witachtig vocht tevoorschijn dat niet giftig is -staat de plant op een vensterbank op het zuiden moet u op warme dagen wel twee tot drie keer per dag water geven, staat de plant op een koele plaats is om de dag water geven goed, soms zelfs nog minder. De plant verdraagt hard water -in het voorjaar elke week mest geven, daarna om de twee weken mest toedienen tot in augustus -nadat de plant gebloeid heeft mag hij voorbereid worden op de wintermaanden en eind september mag u de stengels tot 5 cm boven de aarde afknippen -zet de plant dan weg op een koele, lichte plaats (van 6 tot 8°C) en tot de maand februari moet u de potgrond vochtig houden -gaat u de plant verpotten moet u wel goede potgrond gebruiken met klei en in het begin geeft u niet teveel water -vanaf de maand maart kan de temperatuur weer opgevoerd worden, dit tot een 10 à 15°C -u kan de plant ook stekken, neem hiervoor stekjes van 7 cm lang en zet deze in een mengsel van zand en turf, gebruik een groeistof en vooraf de stekjes doppen in lauw water, dit ter voorkoming van het bloeden
Soorten -de Campanula isophylla ‘Mayi’ en de Campanula fragilis worden als klim- en hangplanten gebruikt -de Campanula pyramidalis is een tweejarige plant, deze wordt wel te groot voor de woonkamer maar is een prachtige plant in een kas
Canna of bloemriet http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
Behoort tot de familie Cannaceae
De meeste van deze planten zal u in de tuin vinden, vooral de hybriden, doch gezien hun herkomst zijn ze vorstgevoelige planten. Men heeft ook dwergvormen geteeld die ongeveer een halve meter hoog worden. Ze zijn in de handel verkrijgbaar van de maand mei tot november en bloeien dan al.
-hebt u zo’n plant dan verlangt hij een lichte standplaats met veel en vaak frisse lucht, de plant kan wel tegen een droge kamer atmosfeer maar doet het ’s zomers ook heel goed op het balkon of terras. -de plant heeft maar matig water nodig maar tijdens warme dagen moet u de plant meer water geven, de grote bladeren verdampen veel water -tijdens de bloei moet u de Canna wekelijks mest bijgeven -in het najaar wanneer u de Canna minder water gaat geven zullen de bladeren afvallen, bewaar ze dan in een kistje met daarin vochtig gehouden turfmolm, controleer af en toe of de wortelstokken wel droog blijven -in de maanden februari en maart kan u de wortelstokken oppotten in humeuze potgrond, u kan dan de plant ook vermeerderen door een stuk met scheut van de wortelstok af te snijden en deze dan bij een 20°C in humeuze potgrond op te kweken, daarna verpot u de plantjes in een potje met een doorsnede van circa 11 cm, houdt deze potjes op 18°C, later zullen ze warmer kunnen staan.
Ziekten De Canna ziet er heel stoer uit maar kan belaagd worden door slakjes, die u echter ’s avonds kan vangen. Ook kan de plant belaagd worden door spint en bladluis, neem hiervoor dan de nodige maatregelen.
Capsicum of sierpeper http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
Behoort tot de familie van de Solonaceae
Deze eenjarige Capsicum annuum kan als kamerplant een 30 tot 80 cm hoog worden. De dwergvorm de ‘Gnom’ kan 20 cm hoog worden en tooit zich met kleurige bessen.
-in de herfstperiode staat de sierpeper in de woonkamer met volop bessen -de plant staat graag zeer licht en luchtig, doch hij kan vrij goed tegen een droge kamerlucht, verschrompelen echter de vruchten dan staat de plant tè droog ofwel is het tè warm -de ideale vochtigheidsgraad voor deze plant is 60%, begiet de plant matig en geef hem om de drie weken voeding bij -de plant zal het maar zo’n drie maanden uithouden en dan afsterven -bewaart u wat droog zaad en zaait u dit in februari-april in een goede zandige potgrond aan een temperatuur van 18-20°C dan kan u ongeveer na vier weken de plantjes verspenen, zet ze dan in potje van een 8 cm doorsnede bij een 15°C, geeft ze een lichte standplaats , maar niet in de zon -in de zomer kan de plant buitenstaan, in juli zal de plant bestoven worden -verschijnen de vruchten dan geeft u wat vaker voeding tot ze verkleuren -vooral in kerststukjes zijn deze pepers een vrolijke noot -het vruchtvlees van de bessen is eetbaar net zoals dat van de paprika’s, verwijder dan wel de vruchtjes want die zijn héél heet …. Men kan er een sambal van maken
Ziekten -inspecteer regelmatig op witte vlieg of luis, deze vermenigvuldigen zich snel in een warme woonkamer -ook bij spint, trips en schuimbeestjes moet u onmiddellijk ingrijpen -grauwe schimmel komt op de vruchten (en die vallen af) door een tè vochtige omgeving
Catharantus of roze maagdenpalm http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
Deze Catharantus heeft iets weg van de maagdenpalm maar maakt geen ranken. Het is familie van de Apocynaceae.
-roze maagdenpalm is de Nederlandse benaming van de kwekers, het is afkomstig van Vinca rosea -de plant is afkomstig van Madagascar, heeft mooie geelwitte bladnerven en paarsrode bloemen -de soort C. roseus Alba draagt witte bloemen -deze plant houdt van een lichte standplaats en een vochtige omgeving -in de zomermaanden zoekt u voor de plant best een zonnig beschut plekje in uw tuin, daar voelt de plant zich goed -u moet er dus vooral opletten dat u de plant vochtig houdt, een potkluit die verdroogd is is funest -ook niet teveel water geven dat geeft gele bladeren -als u water geeft geef dan lauw water en besproei ook regelmatig de bladeren van de plant -eens in de twee weken wat voeding geven is zeker voldoende -hoewel de plant als eenjarige wordt beschouwd kunt u hem in de wintermaanden overhouden, u moet hem dan wel op een lichte plek zetten aan een temperatuur van 12-18°C en minder water geven en in het voorjaar moet u dan de plant beschermen tegen de zon, u kan ook wat takken terugsnoeien want deze plant bloeit op nieuwe scheuten van februari tot in de herfst -u kan de plant ook zelf zaaien, maar het duurt dan wel enige maanden vooraleer u een bloem zult zien -stekken nemen in het voorjaar of in augustus gaat sneller, u mag 3 stekjes in een potje zetten met zanderige grond, als u een tak hebt met bv. 6 bladeren dan moet u de top eruit knippen, zo krijgt u een bossige plant met meer bloemen
Chrysanthemum of chrysant http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
Behoort tot de familie Compositae, honderden planten behoren tot deze familie van de Samengesteldbloemigen, maar er bevinden zich vrijwel geen kamerplanten onder deze. De Samengesteldbloemigen hebben de grootste plantenfamilie op de orchideëen na.
Vooral in Japan is deze bloem bijzonder populair, ze is het symbool van moed en een lang leven, er is zelfs ‘de dag van de chrysant’.
De potplant Chrysant wijkt wel af van de andere soorten. Nadat men ondervonden had dat de plant ook te kweken was op eender wel tijdstip zijn de Nederlandse kwekers ermee aan het werk gegaan.
Hebt u de chrysant als kamerplant zet hem zo licht mogelijk, maar niet in de zon. Staat de plant koel dan zal hij langer bloeien. Wel de uitgebloeide bloemen verwijderen, de chrysant kan zeer goed tegen droge kamerlucht. De plant heeft niet veel water nodig, eigenlijk juist maar genoeg opdat de potkluit niet zal uitdrogen. Na de bloei wordt deze kamerplant meestal weggegooid, u kan hem eventueel ’s winters overhouden door hem bij een temperatuur van 6°C te houden en tot een 5 tal centimeters terug te snijden. In het voorjaar zal de plant terug hoog opschieten. Dit hoog opschieten komt omdat u geen remstof gebruikt zoals de kwekers doen.
Ziekten De potchrysant is wel heel gevoelig voor heel wat aandoeningen zoals wortelrot, spint, schuimbeestjes, diverse schimmels, wortelrot, bladaaltjes, bladluisjes en virussen . Is uw kamerplant aangetast aarzel dan niet om hem weg te doen, want u kan uw andere kamerplanten ermee besmetten.
Citrus of het sinaasappelboompje of oranjeboompje http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
De citrus stamt af van de familie van de Rutaceae, zoals o.m de skimmia en de wijnruit uit de tuin. De Citrus microcarpa (betekent kleine vrucht) heeft vele kleine sinaasappeltjes, u kan er marmelade van maken.
De oranjeboompjes die u in de handel aankoopt zijn meestal een 2 à 3 jr oud omdat ze op die ouderdom pas gaan bloeien en ook vruchten dragen. U plaatst het boompje best op een lichte plaats maar niet in de directe zon. Als het goed weer is zet dan ook het raam dikwijls open en buiten, op een balkon of terras kan hij ook wel op een zonnige plek komen te staan.
Tijdens de zomermaanden moet u de plant rijkelijk water geven, gebruikt u hard water (kalkwater) dan kan dat de groei belemmeren. De plant houdt er ook van om beneveld te worden, maar doet u dit best niet als de plant bloeit.
Wilt u graag vruchten dan kan u dit ook bekomen door met een penseeltje het stuifmeel over te brengen op de bloemen. De bloemen van bv. de Citrus microcarpa geuren heerlijk en ook de vruchtjes zijn eetbaar.
De Citrus sinensis heeft dan weer grotere bloemen en vruchten en deze zijn niet eetbaar. Een opmerkelijkheid van deze planten is dat ze tegelijkertijd kunnen bloeien èn vruchten dragen. Vroeger werden de bloemen veelal ook gebruikt in bruidsboeketten.
Om de plant te laten overwinteren is niet zo gemakkelijk, draagt de plant dan nog steeds vruchten pluk ze dan af, daar gaat nog teveel kracht inzitten. U houdt de plant dan op een lichte en koele plaats een 4 à 6°C en lucht het vertrek waar hij staat regelmatig. De potkluit moet net vochtig genoeg staan, om de 2 à 3 weken water geven is voldoende.
In het voorjaar – de maand april – kan u de plant verpotten. Is dit nog maar het eerste jaar dan volstaat meestal om enkele centimeters aarde te vervangen door een mengsel van oude koemest en klei. Na enkele maanden mag u pas weer voeding toedienen, normaal doet u dit dan elke week.
Bent u zinnens de plant te verpotten gebruik dan goede potgrond bv. de Calceolaria-grond, maar u kan ook goede potgrond of een mengsel van bladaarde, klei en scherp zand daarvoor gebruiken. Na het verpotten zet u het plantje op een 24°C, dit moet u doen totdat de plant bloei begint te vertonen. In het voorjaar kan u de plant dan weer snoeien, doe dit enkel als het ècht nodig is want door te snoeien knipt u meestal het hout eruit waarop de plant moet bloeien.
Stekken kan in een goed turf-zandmengsel. Dit doet u in de maanden januari-februari in een matig warme bak. U zal regelmatig de groeiende stekjes moeten toppen zo u een bossige plant wilt overhouden. Pas na 2 à 3 jaar zal deze plant gaan bloeien. U kan dit bloeiproces verkorten door te marcotteren i.p.v te stekken, zo krijgt direct een goed bewortelde plant.
Als de blaadjes afvallen in de winter staat uw plant te warm en/of te vochtig. Controleer ook regelmatig of uw plant niet besmet is met schimmelziekten, trips, schildluis, wolluis. Als de bladeren van de plant geel worden is er een gebrek aan ijzer. U mag dan ijzersulfaat toevoegen aan uw gietwater (u kan hiervoor ook roestwater gebruiken (van spijkers).
De Clerodendrum of kansenboom http://images.google.be/imgres?imgurl=h ... SkOLrV_JYE
Deze is familie van de Verbenaceae. De Clerodendrum splendens bloeit prachtig na een lange-dag-periode. De Clerodendrum thomsoniae kan u vooral in de zomermaanden bloeiend kopen. Het geslacht telt vele soorten, waaronder klimplanten en kleine bomen. Als kamerplant gehouden kan de plant ranken maken van 4 m.
Als tweede kamerplant heb je de Clerodendrum splendens, afkomstig uit Afrika. Van december tot de maand mei bloeit deze plant schitterend en heeft hij rode bloemtrossen. Men kan deze soort echter niet overal aankopen.
In de tuin kan de Clerodendrum trichotomum groeien, een klimmer met prachtige vruchten maar eentje die niet winterhard is.
Dit boompje wordt ook wel noodlotsboom genoemd. Vroeger werd dit als medicijn gebruikt en als men de verkeerde of giftige soorten gebruikte kon het noodlot toeslaan.
De gekweekte exemplaren zijn bossiger van vorm. Hebt u de plant overgehouden na een winterperiode dan zal hij lange ranken vormen, het is niet bezwaarlijk deze dan te toppen en leidt ze langs lichte plaatsen.
In de zomermaanden mag u de plant niet in de zon zetten, u moet hem royaal water geven, een lekkere douche en ook elke week kamerplantenvoedsel.
In de maand april begint deze plant meestal te bloeien.
Wilt u de plant overhouden dan plaatst u hem best van oktober tot de maand februari aan een temperatuur van circa 12° C en gun de plant rust. Dit doet u door minder water te geven, maar wel besproeien. De plant zal veel van zijn bladeren verliezen, en einde februari moet u de oude takken drastisch insnoeien. Op de nieuw gevormde scheuten vormen zich bloemen. Zijn de takken ongeveer een 20 tal centimeters lang dan zou u ongeveer tweemaal remstof moeten toedienen.
In het voorjaar mag u de plant verpotten. De plant houdt vooral van licht zurige grond. Daarvoor kan u een mengsel van oude koemest met bladaarde en klei gebruiken.
U kan de plant op verschillende manieren vermeerderen dit door te zaaien of tussenstekken te nemen. Dit gebeurt onder glas, een kas met bodemwarmte is voor het kweken hiervan ideaal.
U past een korte-dagbehandeling toe door van de maand maart tot september te verduisteren, zoveel dat de plant ongeveer 8 u daglicht per etmaal krijgt, de door het gebruik van remstof gedrongen plant zal zo gelijkmatiger gaan bloeien.
Verdrogen de bladeren van de kamerplant dan is de omgeving tè droog, hebt u echter gele bladeren dan wijst dit op een tè lage temperatuur. Als de plant tè droog staat kan u last krijgen van spint en bladluis.
Clivia http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... gen+zoeken
De Clivia is familie van de Amarylidaceae. Tot deze familie behoren de mooie Amaryllis, maar ook de narcis en het sneeuwklokje. De meest voorkomende soort van de Clivia is de Clivia miniata, deze heeft rode of oranje trompetvormige bloemen.
De plant is weer terug uit grootmoederstijd. Het kweken van de plant is nu echter moeilijker dan vroeger, reden daarvan is de centrale verwarming waardoor geen enkele kamer voldoende koel wordt gehouden.
De Clivia laat men overwinteren op een lichte standplaats maar ook een koele (8 tot 10° C), de plant moet dan amper water hebben en geen meststoffen. De rustperiode voor de plant duurt ongeveer drie maanden dit van de maand oktober tot de maand februari. U moet wachten om weer water te geven totdat de stengel ongeveer 15 cm lang is. U kan dan geleidelijk aan water gaan geven en mest toevoegen. Tijdelijk moet u dan de Clivia warmer plaatsen (18° -20°C ) , bloeit de plant dan moet u rijkelijk water toedienen en met lauw water over de bladeren sproeien. Tot de maand augustus geeft u dan éénmaal per week voedsel, van dan af éénmaal per maand tot de maand oktober.
Als uw Clivia bloeit zet hem dan niet in de zon, zet hem liever voor een raam aan de noordoostenkant of noordwesten en zet ook dat raam regelmatig open. Tijdens de bloei moet de temperatuur vrij laag zijn (10 tot 12°C) Laat ook de plant steeds met zijn zelfde kant naar het licht staan en vooral niet draaien met de plant. Om dit te vermijden kan u best een merkteken aanbrengen zodat u hem juist terugplaatst als u hem even hebt moeten verplaatsen.
Tijdens de zomermaanden kan u de Clivia in de halfschaduw in uw tuin ingraven. De bloei van de Clivia duurt normaal gezien van februari tot in de maand mei maar het gebeurt ook dat hij de hele zomer bloeit. De Clivia kan bij een uitzonderlijke bloei wel tien tot twintig bloemen dragen. Als de bladeren geel worden komt het omdat de Clivia teveel zon krijgt.
Colchicum of herfsttijloos http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
De Colchicum of herfsttijloos is familie van de Liliaceae. Ook de vrouwentong, de palmlelie, de dracaena en de asparagus behoren tot de lelieachtigen.
In de streek van Limburg bloeit de zeldzame herfsttijloos nog op enkele plekken in het wild. De lila krokus-achtige bloemen vallen zeker in de herfst op en de bladeren vallen tijdens de bloei al af. Deze plant stoort zich niet aan het jaargetijde, hij is dus tijdloos.
De plant is zeer giftig, alle delen bevatten de stof colchicine, maar de zaden bevatten deze stof in zeer geconcentreerde vorm. Hebt u de herfsttijloos als kamerplant dan vormt deze géén zaden.
Het is ook een heel gemakkelijke kamerplant, in de nazomer zet u de knollen in een schaaltje met wat kiezels op uw vensterbank. Water en mest zijn niet nodig, de herfsttijloos is een droogbloeier.
Na de bloei kan u de knollen een 15 cm diep in de tuin ingraven, denk er wel aan dat de bladeren groot zullen worden en voldoende plaats nodig hebben. De bladeren zullen vergelen in de maand juni, u houdt hier best rekening mee als u een plaatsje in uw tuin gaat zoeken, want een mooi aanzien is dit zeker niet die vergelende bladeren. De gele bladeren van de plant moet u hélemaal laten afsterven zo kunnen de knollen er alle voedingsstoffen uithalen.
In september kan u dan de knollen weer opgraven en kan u ze weer op de vensterbank zetten.
Er zijn wel enkele soorten: -De Colchicum autumnale heeft al diverse rassen opgeleverd waaronder de gevuld- en witbloemige -De Colchicum byzantinum is afkomstig uit Midden-Azië kan wel twintig bloemen geven -De Colchicum ‘the Giant’ is donkerlila van kleur en grootbloemig
De Columnea
http://images.google.be/images?hl=nl&gb ... i=&start=0
De Columnea is familie van de Gesneriaceae. Hiertoe behoren o.a ook het Kaaps viooltje, de Achimenes en de Gloxinia. Ze staan graag in zure grond, dus u mengt best turf door de aarde en als u water geeft moet het onthard zijn.
Soorten: -De Columnea gloriosa, deze bloeit in het najaar en is een sterke kamerplant met weinig bijzonder strenge eisen, de bloemen hebben zelfs wat weg van een opengesperd vogelbekje -De Columnea x Banksii heeft een rechtop groeiwijze -De Columnea microphilla heeft dan weer kleine bladeren -De variëteit Stavanger tooit met grote opvallende bloemen -De Columnea Kevensis is dan weer een voorjaarsbloeier zoals de Columnea Hirta -De bladeren kunnen onderling nogal wat verschillen. De symmetrie van tegenover elkaar staande bladeren wordt nogal eens onderbroken door een opvallend groot blad. Sommige soorten hebben behaarde, andere weer leerachtige bladeren.
De Columnea staat graag op een lichte plaats, niet in de directe zon. De plant komt uit de tropische regenwouden van Midden-Amerika waar de plant epifitisch leeft (zij wortelen op bomen, zonder daar voeding aan te onttrekken, bromelia’s en orchideëen zijn ook epifieten) in tegenstelling tot parasieten leven ze niet ten koste van hun gastheer bv. zoals de mistletoe of maretak.
In het land van herkomst leeft de Columnea in een vochtige, warme omgeving, omgeving die het beste is na te bootsen in een warme kas.
Bij een goede verzorging kunnen ze echter jarenlang als kamerplant gehouden worden. De Columnea doet het ook heel goed als haagplant. Geeft u de plant een plaatsje in uw badkamer of keuken zal hij deze vochtige omgeving zeer op prijs stellen en zijn mooie buisvormige bloemen in grote getale laten zien.
Zijn de wortels van uw aangekochte Columnea verpakt in een orchideëenmandje, moet u hem bij thuiskomst direct verpotten in zurige bosgrond met daarbij oude koemest en veenmos, dit om te voorkomen dat het wortelgestel in de woonkamer zal uitdrogen.
Sommige Columnea’s bloeien in de wintermaanden, andere pronken dan weer volop in de zomer, soms boeit hij tweemaal per jaar en dan kunnen daarna witte besjes tevoorschijn komen.
Ook in de winter moet de Columnea licht staan, een temperatuur van 15 à 18°C volstaat en de luchtvochtigheid moet groot zijn, zet daarom de plant op een schaaltje met water.
Alleen de Columnea x banksii kan koeler staan, een 10 tot 15°C.
De winter begint voor de Columnea’s in januari, hun rustperiode duurt ongeveer zes weken, in die periode zal u de plant droog moeten houden, dus niet op de aarde gaan gieten. U kan als de knoppen tevoorschijn komen wel gaan nevelen. Hebt u een soort met behaarde blaadjes dan moet u met nevelen voorzichtig zijn. Als de bloemknoppen verschijnen gaat u stilaan lauwwarm water geven, de plant kan dan ook wat warmer worden gezet, een 20°C. Voor het water geven gebruikt u onthard water omdat er teveel kalk uit het leidingwater terecht komt in de aarde van de Columnea. Zolang de plant groeit moet de aarde vochtig aanvoelen, ook het plantenvoedsel mag géén kalk bevatten. U mag wekelijks voeding geven tijdens de groei, doe dit de ene week met natuurmest en de andere week met voeding uit een pakje.
Als de Columnea uitgebloeid is mag u hem verpotten en dan snoeit u de oude ranken omdat deze anders het volgende jaar alleen aan het uiteinde zullen bloeien. Maak van de gesnoeide ranken stekjes dit d.m.v een tussenstek met twee blaadjes. Hier mogen geen bloemknoppen meer aanzitten.
U mag in een pot van 7 cm 5 tot 7 stekken van een 10 cm lengte zetten en behandel ze dan met groeistof, dek de pot ook af met plastiek en laat hem staan in een ruimte waar het ongeveer 20°C is. U kan als stekmedium turfmolm gebruiken. Kijk regelmatig uw stekken na of ze niet te droog staan en geef ze water indien nodig. Na een vijftal weken moeten ze toch wel beworteld zijn en moet u ze zien groeien. Als u enkele keren getopt hebt moet u ze verpotten. Is het u gelukt om een bloeiende Columnea te vormen dan hebt u ècht wel groene vingers.
Ziekten: -bladluis, trips bij een te droge standplaats -groeit en bloeit de plant niet goed dan is de grond niet zuur genoeg -bladafval komt door tocht -teveel tocht of teveel warmte tijdens de rustperiode kan ook de oorzaak zijn van bladafval -bladvlekken worden veroorzaakt door schimmelsCrossandra of Rosientje http://www.google.be/images?q=Crossandr ... =nl&tab=wi
Deze kamerplant komt oorspronkelijk van India en Sri Lanka, daar groeit de plant uit tot een struik van zeker een meter hoogte, de plant is van boven tot onder bezet met prachtige bloemen. De kamerplant Crossandra is in de vijftiger jaren opnieuw ontdekt. Hij behoort tot de familie Acanthaceae.
De Crossandra is een veeleisende kamerplant, eigenlijk hoort deze thuis in een warme kas ofwel in een plantenvenster, in ieder geval een plaats waar een gelijkmatige hoge luchtvochtigheid kan worden aangehouden. Er is echter wel een zweedse kweekvorm op de markt die perfect houdbaar is als kamerplant, de variëteit Mona Wallhed. Deze kamerplant bloeit van de maand mei tot de maand oktober in de oranje-rode kleuren. De kamerplant stelt wel een regelmatig douche op prijs, gebruik dan liefst lauw, onthard water. Geeft u een douche besproei dan alleen de bladeren en niet de bloemen.
De wortelkluit houdt van regenwater, dat ruim mag worden gegeven. De voeding die u toedient moet vrij van kalk zijn en in lauwwarm gietwater gegeven worden éénmaal per week. De rustperiode voor de plant gaat in in oktober en zal duren tot februari. Zet de plant dan weg in een lichte plaats en een plaats waar de temperatuur niet daalt onder de 15° C. U kan de plant in januari of februari terugsnijden, hij zal dan bloeien op het nieuwe hout.
Wilt u het zaad van de plant zaaien dan kan u dit doen in het voorjaar bij een 18°C. Vanaf de maand januari tot en met augustus kan u tussenstekken of kopstekken nemen. Doop de stekken in groeistof, zet ze onder plastiek om ze te laten wortelen, dit in potgrond gemengd met tuinturf en dit aan een temperatuur van 20 à 25°C met bodemwarmte. U mag 2 tot 5 stekken in een pot zetten die een doorsnede heeft van 8 cm. Dikwijls toppen tijdens de groei is aan te raden.
De Crossandra infundibuliformis wordt ongeveer 40 cm groot en bloeit vanaf de maand april met geel, oranje, rood of zalmkleurige kleuren.
Cyclamen of het Alpenviooltje http://www.google.be/images?q=Cyclamen% ... =nl&tab=wi
De cyclaam is een zeer bekende kamerplant, deze plant behoort tot dezelfde familie als de primula van de vensterbank èn de primula uit de tuin – de Primulaceae. Op Kreta en Corsica bloeien de cyclamen mooi paars op de berghellingen met veel kleine bloempjes, kleiner dan de cultuurvormen, en dit van de maand september tot en met april, dus in de koele periode, in de warme periode beginnen ze aan hun rust.
Als u een cyclaam koopt moet u hem niet op de vensterbank boven de verwarming zetten, hij zal zijn blaadjes en bloemstengels laten hangen en ze vergelen en sterven af. De plant houdt van een koele kamer, een 10 à 16° C en liefst met een luchtvochtigheid van 60 %.
Als u een cyclaam koopt let er dan ook op dat boven de knol van de plant veel knoppen zitten, zo zal de plant rijkelijk gaan bloeien mits u hem dan ook nog eens een goede verzorging geeft. U laat de plant langzaam wennen aan de kamertemperatuur. Is de plant goed gewend aan de kamertemperatuur kan hij zelfs een plaatsje in de zon verdragen en zal hij ook daar lustig doorbloeien.
Verwijder wel steeds zo vlug mogelijk de vergeelde bladeren en de uitgebloeide bloemen, doe dit door met een ruk de stengel draaiend uit de knol te trekken, blijft er dan nog een stukje stengel zitten knip dit dan weg anders zal de kamerplant worden aangetast door hartrot, hartrot kan ook voorkomen als u de plant op de knol water geeft.
Gebruik steeds onthard lauw water en giet dit liefst op het schoteltje onder de plant, binnen een uur moet dit water opgenomen zijn, is dit niet verwijder het water want de plant houdt niet van natte voetjes. Wordt de aarde rond de knol te droog maak dan de grond nat met water op kamertemperatuur.
Af en toe mag u de cyclaam ook besproeien maar houdt de bloemen en de bloemknoppen droog, u mag ook de kamerplant éénmaal per week onderdompelen in een emmertje water. Als de plant bloeit vraagt hij veel water, zitten er véél bladeren en bloemen aan de plant mag u meer dan eenmaal per dag gieten, staat de plant echter heel koel dan is driemaal per week een gietbeurt voldoende.
Eén keer in de veertien dagen voeding geven is voldoende. Komen er géén bloemen meer dan moet u stilaan minderen met water te geven. Het blad gaat dan verdrogen, zet de plant weg op een plaats waar het 20-30° C is. De rustperiode van de plant duurt ongeveer 2 maand. Wanneer u weer blaadjes aan de knol ziet komen mag u terug water beginnen te geven, doe dit mondjesmaat en geleidelijk aan meer en meer.
Wanneer de cyclaam is uitgebloeid kan u hem ook in de tuin zetten, zet de knol half juni in een pot met potgrond gemengd met klei ofwel in een mengsel van gelijke delen klei, oude koemest en bladaarde.
U kan van een sterke plant zaad winnen , alhoewel zaadvorming voor de cyclaam niet zo goed is voor zijn conditie. Na vier tot zes maanden zal dit zaad rijp zijn, droog het op een droge plek, pel het daarna en droog het weer opnieuw. Gebruik hiervoor een kistje met een mengsel van tuinturf, scherp zand en bladaarde. Voor het kiemen is een temperatuur van 17°C prima, zorg wel voor een hoge luchtvochtigheid van 90 %, en houdt de kiemplantjes bij een temperatuur van 20° C bij een luchtvochtigheid van 80 %.
Wie dus zelf zaad wil winnen kan een handje toesteken door voorzichtig tegen de bloemsteel te tikken, dan valt er stuifmeel van de meeldraden. Vang dit op (bv. in een lepeltje) en breng het met de hulp van een penseel aan op de stamper van andere bloemen, deze vruchtzetting lukt het beste bij een temperatuur van 15° C met een luchtvochtigheid van 80%. Wanneer de bevruchting heeft plaatsgevonden valt de bloem af, de stengel buigt zich naar de grond en u moet hem terug opnieuw aanbinden, wanneer de vrucht openspringt is het zaad rijp maar dat duurt dus wel een vier à zestal maanden.
De cyclaam lijkt met zijn waterachtige stengels heel kwetsbaar en lijkt gevoelig te zijn voor allerlei narigheden. Indien u de plant goed verzorgd moet u hier niet bang voor zijn, de plant geeft wel signalen wanneer het niet goed is door bv. geel blad te krijgen, dit betekent dat de plant te koud staat en/of te nat en te donker.
Wanneer de bloemen niet boven het blad uitkomen dan betekent dit dat er teveel zout in de grond zit, dit euvel verhelpt u door de plant te dopen.
Wanneer de bloemen en bladstengels slap hangen wil dit zeggen dat de plant tè warm staat. Bij de kweek zijn er allerlei maatregelen genomen tegen meeldauw, cyclamenmijt, grauwe schimmel en de larve van de lapsnuittor, blijf zelf wel de plant controleren op trips, spint en bladluizen.
Het meeste geteelde ras is de ‘vuurbaak’, deze draagt vele rode bloemen, ze steken héél trots boven de mooi getekende bladeren uit. De pastelrassen werden genoemd naar componisten o.a. Franz Schubert, Johann Sebastian Bach en Joseph Haydn, deze dragen allemaal grote bloemen. De kleinbloemige rassen werden geteeld door Prof. Wellensiek, ze dragen meisjesnamen zoals Sonja, Anneke enz. Er zijn ook nog snelgroeiende F1-hybriden, zij dragen namen van bekende muziekstukken of sterrenbeelden, onder F1-hybriden wordt verstaan dat dit de kruising is van twee ouderplanten, zo krijgt men mogelijk een kruisingsprodukt met bepaalde goede eigenschappen zoals sterke planten, ofwel planten met een bepaalde kleur. Men heeft ook nog variëteiten met gekroesde bloemen, gestreepte gevuldbloemige, ‘wit met oog’, gefranjerde bloemranden en ook nog cyclamen met een blad dat zilverkleurig is.
De Cyclaam persicum wordt beschouwd als stammoeder van de cultuurplanten die nu bekend zijn. Deze plant komt uit het Middellandse-zeegebied en draagt kleine bloemen. De grote bloemen van de cyclaam zijn plotseling verschenen aan een plant van een Engelse kweker, die bleken bij de mutatie erfelijk en sindsdien zijn er allerlei rassen gekweekt met allerlei bloemvormen, bloemvormen die duidelijk herkenbaar blijven als de cyclamen.
Cytisus of kamerbrem http://www.google.be/images?hl=nl&rls=c ... a=N&tab=wi
Deze kamerplant is familie van de Leguminosae en komt voor op de Canarische eilanden en ook in het gebied van de Middellandse zee, daar komt de plant in het wild voor. De plant is een vlinderbloemige die zowel als de bonen, de lathyrus, de lupine en de erwten in staat is om uit de stikstof in de lucht eiwitten te maken.
Deze plant houdt van een lichte standplaats in de kamer, niet in de felle zon en ook een plaats waar de temperatuur niet meer dan 18° C bedraagt. Wanneer de plant een ideale standplaats heeft bloeit hij wel zes weken met vrolijke gele bloemen, hij mag dan niet tè warm en niet tè droog staan.
In het voorjaar bloeit de plant van maart tot april en dan doet hij meestal zijn intrede in de woonkamers. Nadat de plant is uitgebloeid kan u hem op een zonnige plek in de tuin zetten en in september haalt u hem dan weer naar binnen en zet hem dan op een lichte plaats maar niet warmer dan 8° C. Doet u dit zo niet dan mag u geen bloei verwachten het komende voorjaar. In de winter geeft u maar heel weinig water, maar bloeit de plant dan moet hij rijkelijk water krijgen. Water met kalk kan geen kwaad, het blad van de cytisus kan zelfs geel worden als er te weinig kalk in het water zit.
Tijdens de groei- en bloeiperiode éénmaal in de veertien dagen voeding geven. Na de bloei is het goed om de plant te verpotten, doe dit elk jaar na de bloei, dan kan u hem ook wat inknippen, het snoeisel kan u als stekjes benutten (stekken van 8 tot 10 cm lengte), gebruik groeistof en zet de stekken weg onder plastiek of glas bij een 15° C en na één maand hebben ze al wortels. Ook kan u de kamerplant vermeerderen d.m.v het scheuren van de kluit.
Staat de plant tè droog en tè warm zal hij zijn bloemen en bladeren laten vallen. Controleer ook goed op spint en bladluis.
Dipladenia http://www.google.be/images?hl=nl&rls=c ... a=N&tab=wi
De Dipladenia is een klimplant en is familie van de Apocynaceae, en is afkomstig uit de wouden van tropisch Amerika en behoort tot de maagdenpalmachtigen, evenals de oleander en de Vinca minor en Vinca major die bekend zijn als bodembedekkers.
Eigenlijk is deze plant een heester met klimranken. Deze plant doet het beter in een plantenserre of in een matig warme kas, beter dan in de huiskamer, maar op een lichte plek, beschermd tegen de zomerse directe zonnestralen en met een luchtvochtigheid van 80% bloeit hij ook van de maanden april tot en met oktober.
Het glimmende groene blad dat ook in de winter blijft vormt een mooie achtergrond tegen de grote, trompetachtige bloemen die purper, roze of wit van kleur zijn. Als het warm is moet u de plant rijkelijk begieten met lauw water, besproei hem ook dikwijls, van frisse lucht houdt de plant ook, zet de pot zeker op een eilandje zodat u een constante waterverdamping heeft, daar houdt de plant van.
De plant is uitgebloeid in oktober/november, dan kan u hem terugsnoeien en de rustperiode gaat duren tot maart. Zet de plant in deze periode weg in een temperatuur van 15°C, met heel weinig water en géén meststoffen.
In maart kan u hem dan verpotten in een grotere pot met voedzame tuinturfpotgrond vermengd met oude koemest, gebruik op de bodem een laagje potscherven voor de drainage. Wanneer u de plant warmer zet mag hij meer water hebben, sproei veel dat komt de bloemknopvorming ten goede. Zodra u ziet dat de plant begint te groeien zet hem dan geleidelijk warmer.
Van de maand april tot de maand augustus kan u normaal voeding geven, doe dit vooral niet langer want dat gaat ten koste van de bloei van het volgende seizoen.
De Dipladenia splendens williamsii bloeit met paarsgewijze bloemen, ze zijn roze met een rode keel, de ranken kunnen wel 3 m lang worden.
De Diplandenia boliviensis bloeit met trompetvormige bloemen met een gele keel en in Bolivia klimt deze wel tot 4 m hoogte, deze laat wel de bloemen gemakkelijk vallen. (voorzichtig zijn dus met vervoeren)
Wanneer de lucht tè droog is gaan de bladeren zich inrollen. Controleer de plant heel regelmatig op spint, wolluis, schildluis want deze voelen zich bij de Dipladenia uitstekend thuis.
Stekken van deze plant is niet gemakkelijk, als het u lukt mag u zeker zeggen dat u groene vingers heeft. Wanneer u een verwarmde kas heeft met een bodemwarmte van ruim 25° C kan het vermeerderen niet zo moeilijk zijn. Een hoge luchtvochtigheid is wel aangewezen, maar het zal moeilijk zijn om ditzelfde klimaat in de woonkamer te creëren. U neemt toppen van 7 tot 8 cm met twee bladeren en dompel ze onmiddellijk in lauw water om het bloeden te stelpen. Dop ze in groeistof en in een voordien gemaakt holletje van tuinturfpotgrond. In een pot van 12 cm doorsnede kan u langs de rand wel een achttal stekken plaatsen. Doe een plastieken hoes om de pot en zorg voor de bodemwarmte van 25° C. Wanneer ze gaan groeien, lucht dan vaak anders groeien de planten die u intussen in een eigen pot hebt gezet, te wild uit. Jonge planten moet u kweken bij een luchtvochtigheid van meer dan 80 %. De bekendste Dipladenia is de Dipladenia sanderi, deze draagt roze bloemen met een gele keel. De Dipladenia splendens, die witte bloemen heeft met roze aan de binnenzijde kan men enkel en alleen in de kas kweken, dit lukt niet als kamerplant.
Duchesnea of Indische aardbeihttp://www.google.be/search?hl=nl&biw=1403&bih=626&rlz=1W1GPEA_nl&q=duchesnea%20indische%20aardbei&gs_sm=s&gs_upl=2262l10046l0l12074l22l22l4l12l12l0l187l998l0.6l6&um=1&ie=UTF-8&tbm=isch&source=og&sa=N&tab=wi
De Indische aardbei of Duchesnea behoort de Roosachtigen, net als de echte aardbei, framboos, appel, meidoorn en allerlei andere planten. De plant is genoemd naar A.N. Duchesne een Franse botanicus uit de 18e eeuw.
De blaadjes lijken op mini-uitvoeringen van de smakelijke vruchtendrager uit onze tuin. De bloempjes zijn echter niet wit, maar geel en in juli verschijnen de vruchtjes. De vruchtjes hebben geen smaak. Om deze reden ook worden ze door de vogels niet gegeten. Ze blijven tot diep in de winter als rode vrolijke stippen aan de plant.
De Duchesnea kan zowel in de tuin als in de woonkamer groeien. In het Nederlandse klimaat kan hij overwinteren, als u zorgt voor wat sparregroen of stro als bescherming. De jonge planten zijn mooier èn sterker dan de oudere.
Bij een tamelijk hoge luchtvochtigheid en buiten de zonnestralen doet de Indische aardbei het goed op de vensterbank. Eveneens als hangplant doet hij het goed, dit omdat hij heel veel stengels met nieuwe plantjes maakt. Deze stengels kan u gemakkelijk in een potje laten wortelen.
In de zomer verlangt de plant rijkelijk water, in de winter is de behoefte aan water afhankelijk van de temperatuur. Weinig water bij een temperatuur van 10-12° C en meer water als de plant in een warmere kamer staat. In de zomer moet u de plant één keer in de twee weken voeding geven, ook in een bak op uw balkon doet de plant het goed.
Bewaart u de gele zaadjes van de rode schijnvruchten dan kan u deze in april zaaien, na ongeveer een maand verschijnt er dan een plantje. Het is wel eenvoudiger om de plantjes aan de uitlopers op te potten.
De Duchesnea is wel een sterke plant en heeft zeer weinig last van ongedierte. Worden de bladeren geel dan staat de plant achter glas in de directe zon, wordt het blad echter rood dan geeft u ofwel te weinig water ofwel heeft hij ‘honger’….
|
|
Laatst geupdate op ( Tuesday 19 July 2011 )
|
|
|
 |
|
-------Aandacht!! Reeds 326 Bloemstukken te bekijken bij het forum onder Bloemschikken met Joséeke |
|
|
|
Stel al Uw vragen over bloemen en planten op het forum!----- |
|
|
|
|